WMO-Nota Ouderenbeleid 2011 t/m 2014

 

Raadsvergadering 20 april 2011

 

 

Bij het lezen van deze nota begon het me te duizelen van alle organisaties die er mee te maken hebben en van alle wetgeving die daarop van toepassing is. Hoe zou dat zijn voor de oudere waarover we het hebben in deze nota?

 Volgens de wet hoor ik tot de doelgroep, maar in de praktijk ben ik gelukkig nog voldoende zelfredzaam en maatschappelijk actief. Daardoor ben ik ook redelijk op de hoogte van de mogelijkheden die er zijn, mocht ik behoefte hebben aan ondersteuning. En met mij zijn er veel ouderen die zich prima kunnen redden. Deze nota is voor mij dan ook alleen een als ik.. , dan …verhaal. Je zou je af kunnen vragen of de leeftijdsgrens van 55 + nog reëel is.

 

Maar naast mij zijn er ook anderen: ouderen zoals mijn moeder die bijna 90 is en met een beetje hulp nog zelfstandig kan wonen. Zij ervaart alle veranderingen als chaos en wordt boos als er weer iets verandert en zij het niet begrijpt. Zo is ze behoorlijk ontstemd over de term grijze golf.

En ik kan me dat voorstellen. Nou is mijn moeder redelijk assertief en aarzelt ze niet om de telefoon te pakken om haar ongenoegen te uiten. Haar probleem is namelijk dat ze vanuit allerlei partijen ( thuiszorg, gemeente, buren) verschillende informatie krijgt en dat maakt haar onzekerheid alleen maar groter. Ze voelt zich niet begrepen en is bang om te vereenzamen. En dat is volgens mij het grootste probleem van ouder worden: de angst om het niet meer te  begrijpen en de angst om alleen te zijn en je verhaal niet meer kwijt te kunnen.

 

Ik heb de nota gelezen door aan de situatie van mijn moeder te denken.

 

Voor het onderdeel Wonen heb ik geen toevoegingen: mijn moeder woont nu in een straat waar mensen van verschillende leeftijden wonen en dat ervaart ze als stimulerend. Ze beseft dat ze als ze dusdanige beperkingen krijgt, ze naar een andere vorm van wonen moet.

Met ander woorden een visie op wonen moet niet alleen gebaseerd zijn op een bepaalde doelgroep, maar op een afspiegeling van de mensen in de samenleving.

 

Voor het onderdeel Zorg heb ik wel een opmerking. Als ik goed naar mijn moeder luister, is haar angst om eenzaam te worden haar grootste probleem. Ze ervaart haar beperkingen als minimaal wanneer ze mensen ontmoet. Die ontmoetingen heeft ze met de mensen van de thuiszorg, maar ook met haar buren en met familie en vrienden die ze bezoekt en daarvoor het taxivervoer gebruikt. Ze eet dan gezonder en beweegt meer en voelt zich fitter en bovenal: ze voelt zich niet eenzaam. Ze krijgt veel prikkels en blijft daardoor geïnteresseerd in de wereld.

En nu mijn zorg: Door de nieuwe situatie waarin meer mensen geen indicatie meer krijgen voor ondersteunende  begeleiding, is de kans aanwezig dat mijn moeder die begeleiding niet meer krijgt. Wij, als fractie van de PvdA, vinden het dan ook jammer dat in deze nota de zogenaamde AWBZ-pakket maatregel nog niet is meegenomen.

 

En als derde het thema Welzijn en Participatie.

Veel vrijwilligers staan rond mijn moeder. Op het Bildt is dat niet anders. Waar wij ons zorgen over maken is dat er niet voldoende vrijwilligers zullen zijn…..immers ook de verenigingen hebben al een probleem met het vinden van vrijwilligers. Het is volgens ons dan ook niet voldoende om vrijwilligers te werven via de coördinator van Vrijwilligerscentrale Middelsee. Die lijn is  te afstandelijk en werkt vertragend in plaats van effectief. De kunst is om daar waar hulp en/of begeleiding gewenst is, deze dichtbij te organiseren. Zo schijnt SWO zelf periodiek interviews te houden bij de doelgroep en dat geeft een duidelijk beeld van de vraag naar ondersteuning en begeleiding. En eigenlijk weet de omgeving van de oudere precies wat nodig is; het inzetten van deze sleutelfiguren zou de oudere het gevoel geven dat hij niet met allerlei instanties moet overleggen om uiteindelijk ergens een hulpvraag neer te kunnen leggen. Wij vinden dat wat lokaal kan niet in een groter verband moet worden ondergebracht….

 

 De rol van de gemeente is om samenhang aan te brengen in de grote hoeveelheid van instanties en vrijwilligers die iets betekenen in de ondersteuning aan ouderen. De vraag is nu hoe gaat dat er inde praktijk uitzien? De papieren versie ligt er ............

 

Samenvattend:

  1. De juiste informatie voor alle partijen en korte lijnen naar de oudere, dat is waar het om gaat.
  2. De cliënt moet voorop blijven staan, niet de organisatiestructuur.
  3. Lokale initiatieven werken het beste…….dichtbij de doelgroep

 

En tot slot:

 

We hebben gevraagd om de uitslagen van de WMO-scan. We moeten wachten op het moment waarop deze gepresenteerd wordt, namelijk volgende week. Jammer.

Hoewel de WMO-scan het gehele terrein van de WMO bestrijkt, was het toch goed om inzicht in die resultaten te hebben die op de doelgroep ouderen betrekking hebben.

 

Hillie Blaak